4. WAT IS HET GOEDE NIEUWS?

Het meest geschikte, om een antwoord op deze vraag te vinden, staat in de Evangeliёn van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Als we in staat zouden zijn geweest één van hen persoonlijk te vragen, zou hij heel goed geantwoord kunnen hebben: “Waarom leest u mijn boek niet?” 

Niemand anders echter, dan de apostel Paulus had er meer vertrouwen in, dat hijzelf de ware inhoud van het Goede Nieuws kende. Hij maakte er een nadrukkelijk punt van om zijn lezers te vertellen, dat het evangelie, wat hij onderwees, niet iets was, dat hij van Petrus, Jakobus, of Johannes — of een andere Christelijke leider had geleerd. “Het evangelie, dat ik verkondig is niet van menselijke oorsprong,” bevestigde hij. “Ik heb het van niemand ontvangen en niemand heeft het mij geleerd. Het was Jezus Christus zelf, die het mij geopenbaard heeft” (Galaten 1:11, 12, GNT).

Bij één gelegenheid, toen zijn versie van het evangelie ernstig in twijfel werd getrokken, werd Paulus ertoe bewogen om deze buitengewone bewering te doen: 

“Indien iemand, als wij zelf of een engel uit de hemel, een evangelie zou prediken, dat in strijd is met het evangelie, dat u ontvangen heeft, laat hem dan verstoten worden! Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij! (Galaten 1:8,9, NEB). 

Als de taal van de apostel te hard overkomt, dan is de New English Bijbelvertaling van het Griekse anathema esto (“laat hem verstoten worden!”) mild in vergelijking met het Phillips vertaling (“moge hij…een vervloekte ziel zijn”) of de vertaling van de Good News Translation (“moge hij veroordeeld worden tot de hel!”) of vertaling van de Living Bible (“laat Gods vloek op hem vallen”) of de King James Version (“laat hem vervloekt zijn”).

Paulus was op zijn zachts gezegd, diep overtuigd van de juistheid van zijn versie van het Goede Nieuws en van de verschrikkelijke gevolgen van het verdraaien van de waarheid en het zich wenden tot een ander evangelie. In zijn brief aan de Romeinen beschrijft hij tot in detail over deze rampzalige gevolgen (zie Romeinen 1:18-32). 

Paulus was verbaasd, toen hij zag dat zoveel van de eerste Christenen, die onlangs door het Goede Nieuws waren bevrijd van de zinloze vereisten van valse religie, zien terug te keren naar de vernedering en angst van hun eerdere slavernij. 

“Ik ben verbaasd,” schreef hij aan de Galaten, ziende, “dat u zich zo snel afwendt…en een ander evangelie volgt. Niet dat het in feite een andere evangelie is; alleen zijn er personen, die uw gedachten verstoren, door te proberen het evangelie van Christus te verdraaien”(Galaten 1:6,7, NEB) 

“O, gij lieve idioten van Galatiё… “Paulus ging verder met “wie heeft u betoverd?” “Ooit toen u geen kennis van God had, stond u onder het gezag van goden, die niet bestonden. Maar nu u God hebt leren kennen,…hoe kunt u dan terugkeren naar de zwakheid en de armoede van zulke principes en instemmen om weer onder hun macht te staan?  Uw godsdienst begint een kwestie te worden van het in acht nemen van bepaalde dagen, maanden, seizoenen en jaren. U doet mij afvragen of al mijn inspanningen voor u verspild zijn! (Galaten 3:1; 4:8-11, Phillips). 

Maar wat kan van nieuwe bekeerlingen worden verwacht, als sommige van de leidende christenen in Jeruzalem zelf compromissen sluiten en het evangelie van Christus tegenspreken? (Zie Handelingen 21:18-26). Zelfs Petrus was, ondanks zijn verrijkende ervaring met Cornelius teruggekeerd naar enkele van zijn vroegere bekrompen opvattingen en Paulus werd er toe bewogen om van aangezicht tot aangezicht en dit in het openbaar aan de kaak te stellen (Galaten 2:11-14). 

Dit is de Paulus, die leerde dat liefde nooit grof is en dat liefde nooit aandringt om haar eigen zin te krijgen (1 Korintiёrs 13:5). Dit is de Paulus die zo respectvol met de vrijheid van anderen omging, waardoor hij over bepaalde religieuze praktijken kon praten, “Laat iedereen overtuigd zijn over zijn eigen geest” en “Waarom oordeelt u over uw broer? (zie Romeinen 14:1-10). 

Maar toen het om het Goede Nieuws ging en om degenen, die het zouden afstoten of verdraaien, sprak Paulus zich met een bijna beangstigende overtuiging en kracht uit. Hij ging zelfs zo ver, dat hij suggereerde, dat de wettische onruststokers, die de nieuwe bekeerlingen van streek maakten, door aan te dringen op uitwendige eisen, zoals de besnijdenis. “beter de hele weg zouden moeten bewandelen en Eunuchen van zichzelf laten maken! (Galaten 5:12, NEB). 

Wat is dit Goede Nieuws waar Paulus zich zo zeker over voelde en dat door de eeuwen heen zulke tegenstand heeft uitgelokt en zo verkeerd werd begrepen? En wat beschouwde Paulus als een zo ernstige tegenstrijdigheid en verwerping van het Goede Nieuws, dat hij ertoe bewogen kon worden zich zo krachtig tegenover de Galatische gelovigen uit te drukken?

Ik heb veel Christenen gevraagd om aan te geven, wat zij onder de essentie van het Goede Nieuws verstaan. De verschillende antwoorden omvatte veel over de inhoud van het Christelijk geloof, over genade en de Verzoening, de Wederkomst en het eeuwige leven. 

Maar één antwoord waarin ik geloof, komt dicht tot de kern van de zaak, dat is: Het Goede Nieuws is dat God niet de persoon is, zoals Satan suggereert dat Hij is.

Dat de blijde boodschap verwant is aan de grote strijd tussen Christus en Satan, wordt misschien gesuggereerd door de stoutmoedige bewering, dat indien zelfs een engel uit de hemel een ander evangelie zou durven te onderwijzen, hij als uitschot zou moeten worden beschouwd. Op het eerste gezicht lijkt dit ongelooflijk aanmatigend en dogmatisch. Maar was het niet een engel, die met het verspreiden van verkeerde informatie over God begon en die zich nog steeds voordoet “als een engel van licht” (2 Korintiёrs 11:14), terwijl hij de mensen probeert te misleiden om het Goede Nieuws te verwerpen?

Sinds het begin van de grote strijd is het Satans  doel geweest, om engelen en mensen ervan te overtuigen, dat God hun vertrouwen en hun liefde niet waardig is. Hij heeft de Schepper voorgesteld als een harde, veeleisende tiran, die willekeurige eisen stelt aan Zijn volk, alleen maar om Zijn gezag te tonen en hun bereidheid om te gehoorzamen op de proef te stellen. Van Genesis tot Openbaring vertelt de Bijbel over de onophoudelijke pogingen van Satan om de waarheid te verdraaien en het karakter van God zwart te maken.

Maar als God was zoals Satan Hem heeft voorgesteld, hoe gemakkelijk zou hij dan zijn opstandige schepsels hebben vernietigd en opnieuw zijn begonnen! Als God alleen maar onnadenkende gehoorzaamheid wilde, hoe gemakkelijk zou Hij de geesten van de mensen en de engelen hebben kunnen manipuleren en hen kunnen dwingen tot gehoorzaamheid! 

Maar liefde en vertrouwen, de kwaliteiten, die God het meest begeert, worden niet met geweld voortgebracht – zelfs niet door God zelf. Daarom nam God, in plaats van te vernietigen of Zijn toevlucht tot geweld te nemen, eenvoudigweg Zijn zaak voor het gerecht. In plaats van de juistheid van Zijn zaak te bewijzen, om aan te tonen, dat Zijn manier om het universum te besturen het beste was voor alle betrokkenen, onderwierp God nederig Zijn eigen karakter aan het onderzoek en het oordeel van Zijn schepselen. 

Paulus begreep dit toen hij uitriep: “God zij waarachtig, maar alle mensen zijn leugenachtig; zoals de Schrift zegt: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden en Uw zaak zal winnen wanneer U voor het gerecht staat”(Romeinen 3:4, Goodspeed).

Het Goede Nieuws is dat God Zijn zaak heeft gewonnen. Hoewel wij Hem allemaal in de steek zouden laten, kan God Zijn zaak niet verliezen. Hij heeft al gewonnen! Het universum heeft toegegeven, dat het bewijs aan Zijn kant staat, dat de duivel heeft gelogen in zijn aanklacht tegen God.

“Het is volbracht,” riep Jezus (Johannes 19:30). Door het leven, dat Hij leefde en de unieke en afschuwelijke manier waarop Hij stierf, heeft Jezus de gerechtigheid van Zijn Vader aangetoond en alle vragen over Gods karakter en Zijn regering beantwoord (zie Romeinen 3:25, 26).

Paulus was trots om een verkondiger van dit Goede Nieuws te mogen zijn en precies wist, waar het over ging – “waarin de gerechtigheid van God werd geopenbaard” (Romeinen 1:16,17).

Met schaamte bekende hij, hoe hij vroeger van God een verkeerde voorstelling had gemaakt en deelde zelfs Satans beeld van God, in die mate, dat hij mannen en vrouwen opsloot, hen achtervolgde om hen te dwingen te gehoorzamen (zie Handelingen 8:3; 9:1,2; Galaten 1:13).

Maar nadat hij het Goede Nieuws had aangenomen, wijdde Paulus de rest van zijn leven aan het verkondigen van de waarheid. En wie heeft er treffender over vrijheid, liefde en genade geschreven – dat het vertrouwen de enige vereiste is voor de hemel, dat we niet onder de wet zijn, maar onder de genade en dat Christus een einde aan het wetticisme heeft gemaakt, als een manier om gered te worden?

“Natuurlijk, begrijp mij niet verkeerd.” Paulus lijkt in de Romeinen te zeggen “Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Laat deze gedachten los! Het geloof stelt de wet vast – door het in het juiste perspectief te plaatsen”(zie Romeinen 3:31).  Om Paulus denken van het vertrouwen aan te nemen, is de man die werkelijk liefde en vertrouwen kent, God lief heeft en God bewondert vanwege Zijn wijze en ordelijke wegen, het meest bereid is, om te luisteren en gehoor te geven aan Gods instructies over welk onderwerp dan ook.

“Laat mij u zeggen,” vervolgt Paulus, “waarom onze genadige Heer, die wil dat wij de vreugde en de waarheid van de vrijheid ervaren, zo veel gebruik heeft gemaakt van de wet.”

“Waarom dan de wet?” Schreef hij aan de Galaten. “Het werd vanwege overtredingen toegevoegd”(Galaten 3:19). Het was als bescherming voor ons ontworpen. Om ons terug te brengen naar een juiste relatie met God. Als je het goed begrijpt, zijn Gods wetten geen bedreiging voor onze vrijheid. Ze zijn uitsluitend voor ons bestwil gegeven; ze zijn allemaal zinvol en verdienen het, om op intelligente wijze te worden gehoorzaamd.

Maar wat die zinloze tradities betreft, die niets met Gods plan te maken hebben, weg ermee! Zoals Paulus aan de Kolossenzen schreef: ”Waarom…trekt gij ook maar iets van die puur menselijke geboden aan – ‘Raak dit niet aan’, ‘proef dat niet’ en ‘ga niet met andere om’? ‘Dit’ ‘dat’ en ‘al het andere’ zullen na gebruik allemaal voorbijgaan! Ik weet dat deze voorschriften wijs lijken, met hun zelf geїnspireerde pogingen tot vroomheid, hun beleid van zelfvernedering en hun studies tot verwaarlozing van het lichaam. Maar in de paktrijk hebben ze geen morele waarde, maar verwennen ze slechts het vlees.” (Kolossenzen 2:20-23, Pillips).

Erger nog, zij worden onderwezen en gehoorzamen in de naam van het Christendom en presenteren de God van het Christendom als de willekeurige godheid, die Satan beweert, dat Hij het is — en dat is geen goed nieuws

Wat proberen wij Christenen vandaag de dag over onze God te zeggen? Is het de waarheid? Is het echt goede nieuws? Gebruiken we de beste manieren om het te zeggen?  Wat horen de mensen eigenlijk, ondanks onze beste inspanningen? Zijn er misschien betere manieren om het te zeggen?

Ik geloof, dat dit de belangrijkste vragen zijn waar wij als Christenen vandaag de dag mee te maken hebben – voor onze eigen redding en om onze missie naar de wereld te vervullen. De geschiedenis waarschuwt ons, dat er voor een basaal vertrouwen geen rechtvaardiging is.  Er is een zekere ongrijpbaarheid aan het Goede Nieuws.  Het is niet iets, dat kort en bondig kan worden verklaard.

Het was zelfs voor God moeilijk om de zo subtiele, maar vitale verschillen tussen de waarheid en beschuldigingen van Satan te verklaren. Zelfs voor Hem was het effectiever om het Goede Nieuws uit te dragen, dan om het uit te leggen! Daarom is de Bijbel voor een groot deel een geschiedenis van Gods omgang met rebellie en zijn strenge, maar genadige behandeling van hen, die in de vernietigende gevolgen daarvan verstrikt zijn geraakt.

Het kostte de hemel een oneindige prijs, om ons het Goede Nieuws te brengen en het te bevestigen met bewijzen, die tot in eeuwigheid stand zouden houden.  Geen wonder, dat Paul bewogen was zich zo sterk ter verdediging uit te spreken. Net als de trouwe engelen was Paulus vol na ijver op het karakter van God. Voor hem was het ondenkbaar dat sommige van zijn mededienaren, in feite hun steun zouden verlenen aan de beschuldigingen van Satan, door zelfs maar het geringste spoor van willekeur aan onze genadige God toe te schrijven.

Het was deze zelfde verdraaiing van het Goede Nieuws, wat Jezus het diepst beroerde. Hij was zachtmoedig tegen de ergste zondaars — met Simon, die de vrouw wie Christus voeten zalfde laaghartig behandelde; en de vrouw, die tijdens haar overspel werd opgepakt; zelfs met Zijn verrader, Judas. Maar toen sommige religieuze leiders, gerespecteerde leraren van het volk, het Goede Nieuws verloochenden en Satans leugens over God herhaalden, sprak Christus, die vreselijke woorden: “Gij zijt uit den Vader den duivel”(Johannes 8:44).

Er was geen onenigheid tussen Jezus en die leraren over het bestaan van God, het Scheppingsverhaal, het gezag van de Tien Geboden, of over welke dag de Sabbat was. Hun onenigheid ging over het karakter van God. Jezus kwam om hen het Goede Nieuws te brengen, een beeld van God, dat hen in staat zou stellen om veel van dezelfde dingen te blijven doen, maar om een andere reden — een reden, die het voor hen mogelijk zou maken om tegelijkertijd gehoorzaam en vrij te zijn. Maar zij doodden Hem liever, dan hun kijk op God te veranderen — vervolgens haastten zij zich naar huis om een volgende Sabbat te houden. 

Er is niets duivelser dan het Goede Nieuws over God te onderdrukken en te verdraaien. En dit kan zelfs worden gedaan terwijl men blijkbaar de Christelijke leer verkondigt. Zoals God op sommige kansels wordt voorgesteld, is de leer van de Wederkomst zeker geen goede nieuws. Het vooruitzicht om de eeuwigheid met zo een godheid door te brengen zou verboden moeten zijn.

Er zijn verklaringen over de dood van Christus en Zijn bemiddeling voor ons, die God in een zeer ongunstig daglicht stellen, minder genadig en begripvol dan Zijn Zoon. Onderwerpen als de zonde, de wet, de vernietiging van de goddelozen, de voorwaarden voor verlossing worden soms op zo een manier gepresenteerd—met inbegrip van de stem en de manier waarop gepredikt wordt— dat de mensen precies het beeld van God krijgen waar Satan op aandringt.

Als volgelingen van Christus willen wij tot Gods trouwe volk gerekend worden, dat in Openbaring  beschreven wordt als gehoorzaam zijnde aan Zijn geboden en trouw zijn aan de door Jezus geopenbaarde waarheid.

Maar als wij in onze ijver, om te gehoorzamen de indruk hebben gewekt, dat wij een wettische God met een willekeurig karakter aanbidden, dan hebben wij geen goede getuigenis van het Goede Nieuws gegeven. En als wij door onze leer of onze levenswijze sommigen ertoe gebracht hebben, God te zien als de persoon, zoals Satan Hem aan ons wil laten zien, dan hebben wij noch aan hen, noch aan God laten zien, dat wij betrouwbare vrienden zijn.

Er is geen groter voorrecht en eer, dan met het Goede Nieuws over God toevertrouwd te worden. De tijd is zeer zeker gekomen dat Gods vrienden overal, die Paulus na ijver voor Gods reputatie delen, zich met nog meer trots en overtuiging over wat wij geloven, wat het Goede Nieuws werkelijk is, uitspreken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *